Tagarchief: Witold Gombrowicz

Bc #115: Witold Gombrowicz

[H]et is een dwaze eis, dat de mens vast moet zijn en zeker, dus onwrikbaar in zijn ideeën, categorisch in zijn beweringen, zonder twijfel in zijn ideologie, vastberaden in zijn smaak, verantwoordelijk voor zijn woorden en daden, en vóór alles stabiel in zijn gehele wijze van bestaan. Bekijk het waanbeeld van dit postulaat eens nader. Ons levenselement is de eeuwige onrijpheid. Wat wij vandaag denken en voelen, zal onvermijdelijk voor onze achterkleinkinderen onzin zijn. Het zou dus beter zijn als wij daarin vandaag reeds de dosis domheid erkenden die de tijd er in zal brengen …

(Uit: Witold Gombrowicz, Ferdydurke (orig. Ferdydurke [1937], vert. Willem A. Maijer, Herman van der Klei en Chris de Ruig). Amsterdam: Moussault’s Uitgeverij, 1962, 83)

OVER DEZE RUBRIEK

Advertenties

Bc #102: Witold Gombrowicz

Een lawine van uitnodigingen voor concerten, exposities, opera’s, voorstellingen, congressen en lezingen… Het aantal Berlijners dat ‘verstand van kunst heeft’ moet onder deze omstandigheden in hetzelfde tempo toenemen als het aantal auto’s.

(Uit: Witold Gombrowicz, Dagboek Parijs-Berlijn (orig. Dziennik III. [1953-69], vert. Paul Beers). Amsterdam: Moussault’s Uitgeverij, 1972: 127)

Bc #93: Witold Gombrowicz

[I]k hoor me spreken, zeker, het zijn mijn woorden… maar ik begrijp er geen steek van… En ik zie me praten en zij begrijpen me, maar ik begrijp niets… Vreemde verscheurdheid, alsof ik slechts de lichamelijke aanvulling was van die andere Gombrowicz, de geschrevene – en toen voelde ik dat mijn bestaan hier noodzakelijkerwijs onvolledig zou zijn… ja, en eerder fysiek. Wat me schrik aanjoeg.

(Uit: Witold Gombrowicz, Dagboek Parijs-Berlijn (orig. Dziennik III. [1953-69], vert. Paul Beers). Amsterdam: Moussault’s Uitgeverij, 1972: 87)

Bc #81: Witold Gombrowicz

Ik kon … mijn geheugen helpen, van maand tot maand een tocht door het verleden maken, maar waartoe? Wat kon ik, vraag ik u, met die litanie van details beginnen, hoe die hoeveelheid belevenissen in je op te nemen, terwijl elk van hen uiteenviel in een zwerm minuscule feitjes die tenslotte tot nevel verdampten – je zag je omringd door miljarden partikeltjes, opgelost in een ongrijpbare continuïteit …

(Uit: Witold Gombrowicz, Dagboek Parijs-Berlijn (orig. Dziennik III. [1953-69], vert. Paul Beers). Amsterdam: Moussault’s Uitgeverij, 1972: 31)

Bc #64: Witold Gombrowicz

Herinneringen! De vloek van het mensdom is dat ons bestaan op deze wereld geen vastgestelde en duurzame hiërarchie duldt, maar dat alles steeds stroomt, overloopt, beweegt en dat iedereen moet worden bespied en beoordeeld door iedereen; ons stommeriken, bekrompenen en sufferds te begrijpen, is niet minder belangrijk dan het begrijpen van de scherpzinnigen, verhevenen en subtielen. Want de mens is in het diepst afhankelijk van zijn weerspiegeling in de ziel van een ander mens, al zou dat de ziel van een idioot zijn.

(Uit: Witold Gombrowicz, Ferdydurke (orig. Ferdydurke [1937], vert. Willem A. Maijer, Herman van der Klei en Chris de Ruig). Amsterdam: Moussault’s Uitgeverij, 1962, 9)