Categorie archief: boekcitaat van de week

Bc #131: Roland Barthes

[H]et menu biedt voornamelijk gegrild vlees … Maar waarom kijkt deze koe zo vriendelijk toe terwijl de gasten zijn soortgenoten opeten? Zij heeft een functie, namelijk de gast op zijn gemakt te stellen. De kleinburger wil zijn vlees graag in een gemoedelijke, veilige sfeer kunnen opeten, zonder geplaagd te worden door bloederige beelden uit het slachthuis. De goedige koeienkop moet daar als een soort morele steun in de rug toe bijdragen. [D]e mythe … kijkt niet op een strijdigheid (de vrolijke koe) meer of minder, mits de mythe een euforisch gevoel van veiligheid doet heersen.

(Uit: Roland Barthes, Mythologieën (orig. Mythologies [1957], vert. Kees Jongenburger). Utrecht: IJzer, 2002, 165)

OVER DEZE RUBRIEK

Advertenties

Bc #130: Witold Gombrowicz

‘En wat zou onze grote dichter Norwid hiervan wel gezegd hebben?’. ‘Wie is Norwid?’, vroeg de hogere dochter. En zij vroeg het uitstekend, met de sportieve onwetendheid van de jonge generatie en met de verbazing van de tijd, zakelijk en zich niet al te zeer aan de vraag bindend, niet dan om haar sportieve onwetendheid te laten proeven.

(Uit: Witold Gombrowicz, Ferdydurke (orig. Ferdydurke [1937], vert. Willem A. Maijer, Herman van der Klei en Chris de Ruig). Amsterdam: Moussault’s Uitgeverij, 1962, 111)

OVER DEZE RUBRIEK

Bc #128: Marcel Proust

[I]n Combray was iemand ‘die men niet kende’ een even ongeloofwaardig wezen als een god uit de mythologie, en inderdaad kon men zich niet herinneren dat niet iedere keer als er in de rue Saint-Esprit of op het marktplein zo een raadselachtige figuur was opgedoken, zorgvuldige nasporingen dit fabelwezen hadden teruggebracht tot de proporties van iemand ‘die men kende’, hetzij persoonlijk, hetzij om zo te zeggen abstract, dus burgerlijk gezien als min of meer verwant met de bewoners van Combray.

(Uit: Marcel Proust, Combray (vert. C.N. Lijsen), Amsterdam: De Bezige Bij, 1984. 65)

OVER DEZE RUBRIEK

Bc #127: Mark Greif

Though the young person has never been old, the old person once was young. When you look up the age ladder, you look at strangers; when you look down the age ladder, you are always looking at versions of yourself. As an adult, it depends entirely on your conception of yourself whether those fantastic younger incarnations will seem long left behind or all-too-continuous with who you are now.

(Uit: Mark Greif, Against Everything, Londen / New York: Verso, 2016: ‘Afternoon of the Sex Children’, 24)

OVER DEZE RUBRIEK

Bc #126: Michail Lermontov

Al deze finesses vielen mij misschien alleen op omdat ik enkele bijzonderheden van zijn leven kende; mogelijk zou hij op iemand anders een geheel andere indruk hebben gemaakt, maar aangezien ge van niemand anders dan van mij iets over hem te weten zult komen, zult ge u noodgedwongen met deze uitbeelding tevreden moeten stellen.

(Uit: Michail Lermontov, Een held van onze tijd (vert. Aleida G. Schot). L.J. Veen, 2003, 93-4)

OVER DEZE RUBRIEK

Bc #125: Ilja Ilf en Jevgeni Petrov

De gangen van het ‘Huis der Volkeren’ waren zo lang en smal, dat eenieder die er doorheen liep onwillekeurig steeds sneller ging lopen. Zo zag je aan elke voorbijganger hoe lang hij al liep. Een licht versnelde pas betekende dat de tocht net was begonnen. Degene die twee of drie gangen op weg was had al een drafje ontwikkeld. Soms zag je iemand in volle vaart voorbijrennen: het stadium van de vijfde gang. Maar iemand die er al acht gangen op had zitten kon qua snelheid gemakkelijk wedijveren met een postduif, een renpaard of met de wereldkampioen hardlopen, de atleet Nurmi.

(Uit: Ilja Ilf en Jevgeni Petrov, De Twaalf Stoelen (orig. Двенадцать стульев [1928], vert. Frans Stapert). Amsterdam: M Bondi / Pegasus, 2004, 190)

OVER DEZE RUBRIEK