Categorie archief: boekcitaat van de week

Bc #95: Roland Barthes

Het spreekt vanzelf dat het ‘individualisme’ alleen een luxe exportproduct is. Als er meer op het spel staat gebruikt men er in Frankrijk … een heel ander woord voor. Toen vierhonderd dienstplichtigen van de luchtmacht op een zondag weigerden naar Noord-Afrika te vertrekken, sprak le Figaro niet meer van sympathieke anarchie of benijdenswaardig individualisme: het ging hier niet meer om een museum of de metro, er stonden grote kapitalen op het spel in de koloniën, de ‘wanorde’ was plotseling niet meer het uitvloeisel van een grootse Gallische deugd, maar de samenzwering van enkele ‘raddraaiers’ …

(Uit: Roland Barthes, Mythologieën (orig. Mythologies [1957], vert. Kees Jongenburger). Utrecht: IJzer, 2002, 141)

Advertenties

Bc #94: Italo Calvino

Misschien zou ik in plaats van een boek beter woordenlijsten kunnen schrijven, in alfabetische volgorde, een lawine losse woorden waarin die waarheid uitgedrukt wordt die ik nog niet ken, en waaruit de computer, nu met een omgekeerd programma, het boek tevoorschijn haalt, mijn boek.

(Uit: Italo Calvino, Als op een winternacht een reiziger (orig. Se una notte d’inverno un viaggiatore [1979], vert. Henny Vlot). Amsterdam: Ooievaar, 1982, 152)

Bc #93: Witold Gombrowicz

[I]k hoor me spreken, zeker, het zijn mijn woorden… maar ik begrijp er geen steek van… En ik zie me praten en zij begrijpen me, maar ik begrijp niets… Vreemde verscheurdheid, alsof ik slechts de lichamelijke aanvulling was van die andere Gombrowicz, de geschrevene – en toen voelde ik dat mijn bestaan hier noodzakelijkerwijs onvolledig zou zijn… ja, en eerder fysiek. Wat me schrik aanjoeg.

(Uit: Witold Gombrowicz, Dagboek Parijs-Berlijn (orig. Dziennik III. [1953-69], vert. Paul Beers). Amsterdam: Moussault’s Uitgeverij, 1972: 87)

Bc #92: Marcel Proust

Zelfs als zij iemand een zogeheten nuttig geschenk moest geven, een leunstoel bijvoorbeeld of bestek of een wandelstok, dan moesten die dingen beslist ‘antiek’ zijn, alsof ze dan door de lange tijd dat ze niet gebruikt waren hun nuttigheidskarakter verloren hadden en daardoor eerder het doel schenen te hebben ons iets over het leven van de mensen van vroeger te vertellen dan de behoeften van de onze te dienen.

(Uit: Marcel Proust, Combray (vert. C.N. Lijsen), Amsterdam: De Bezige Bij, 1984. 46)

Bc #91: Oscar Wilde

Jack: How can you sit there, calmly eating muffins when we are in this horrible trouble, I can’t make out. You seem to be perfectly heartless.

Algernon: Well, I can’t eat muffins in an agitated manner. The butter would probably get on my cuffs. One should always eat muffins quite calmly. It is the only way to eat them.

 

(Uit: Oscar Wilde, The importance of being Earnest. London: Eyre Methuen, 1977, 54)

Bc #89: Joshua Ferris

I would suggest that the economic establishment in America, and really everywhere in the developed world, resembles in terms of concentration of power and ease of corruptibility the Catholic Church in the centuries leading up to the Protestant reformation. It is a system controlled by a small number of insiders who would willingly do anything to continue profiting and to keep those profits as contained as they are substantial. The analogy breaks down only when we ask why those who suffer under such a system have not yet rebelled. In this instance it is not fear of damnation. It is ignorance. The people – I mean people who live more or less paycheck to paycheck, who have car troubles, visit the grocery store, that kind of thing – are ignorant of the magnitude of unfair play. To whatever degree they are not ignorant, they are resigned. If they continue to be ignorant and resigned, they will continue to lose.

(Uit: Joshua Ferris, To rise again at a decent hour. London: Penguin Books, 2014, 196)