Categorie archief: boekcitaat van de week

Bc #78: Roland Barthes

Geen enkele van deze al te geraffineerde foto’s grijpt ons aan. dat komt doordat wij als toeschouwer beroofd zijn van ons oordeel: er is voor ons gebeefd, nagedacht en geoordeeld; de fotograaf heeft ons geen ruimte gelaten voor iets anders dan oppervlakkige intellectuele instemming: wij voelen slechts een technische belangstelling voor die beelden; zij zijn door de maker zelf zozeer bedolven onder de vingerwijzingen dat ze voor ons absoluut geen geschiedenis meer hebben, het staat ons niet meer vrij uit te vinden hoe wij dit synthetische voedsel willen verwerken, voorgekauwd als het is door de maker.

(Uit: Roland Barthes, Mythologieën (orig. Mythologies [1957], vert. Kees Jongenburger). Utrecht: IJzer, 2002, 113)

Advertenties

Bc #76: Nescio

Iederen dag hadden wij verlangd zonder te weten waarnaar, en eentonig was ’t geworden. Eentonig werd ’t opgaan van de zon en ’t ondergaan en ’t schijnen van de zon in ’t water en ’t schuiven der witte wolken. En ook de donkere luchten werden eentonig, en ’t bruin en geel worden van de bladeren, en de bladerlooze kruinen en de armoedige drassige weilanden in den winter, al die dingen die ik zoo vaak gezien had en waaraan ik zoo vaak had gedacht in mijn afwezigheid en die ik zoo vaak weer zou zien, als ik niet stierf. Wie kan z’n leven doorbrengen met te kijken naar al deze dingen, die zich steeds herhalen, wie kan blijven verlangen naar niets? Hopen op een God die er niet is?

(Uit: Nescio, De Uitvreter / Titaantjes / Dichtertje / Mene Tekel [1911-43].  Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2007, ‘Titaantjes’, 61)

Bc #75: Italo Calvino

De zakenlieden aan wie ik voor het begin van de vergaderingen mijn collectie laat zien, werpen slechts een oppervlakkig nieuwsgierige blik op deze bizarre apparaten. Ze weten niet dat ik mijn financiële rijk gebaseerd heb op hetzelfde principe als kaleidoscopen en spiegeltoestellen; dat ik, net als in een spel met spiegels, vennootschappen zonder kapitaal vermenigvuldig, credieten vergroot, rampzalige verliesposten laat verdwijnen in dode hoeken van illusoire perspectieven. Mijn geheim, het geheim van mijn doorlopende financiële triomfen in een tijdperk dat getuige is geweest van zoveel crises, ineenstortingen van de beurs en bankroeten, is altijd dit geweest: dat ik nooit direct aan geld dacht, aan zaken, aan winst, maar alleen aan de diverse weerkaatsingshoeken die ontstaan bij plaatsing van glimmende plaatjes in verschillende standen.

(Uit: Italo Calvino, Als op een winternacht een reiziger (orig. Se una notte d’inverno un viaggiatore [1979], vert. Henny Vlot). Amsterdam: Ooievaar, 1982, 132)

Bc #74: Alexander Pushkin

You learn life’s sweetness … feel its kiss,
And drink the draught of love’s temptations,
As phantom daydreams haunt your mind:
On every side you seem to find
Retreats for happy assignations;
While everywhere before your eyes
Your fateful tempter’s figure lies.

(Alexander Pushkin, Eugene Onegin. A Novel in Verse (orig. Евге́ний Оне́гин [1832], trans. James E. Falen), Oxford: Oxford University Press, 1999, 3:XV)

Bc #73: Simon Carmiggelt

De onbewogen pianist berijdt zijn instrument als een tractor, maar de lange, ranke trombonespeler wappert met de ogen halfdicht, als een wimpel heen en weer in de föhn van de muziek – een heerlijk, bevrijd deinen, waaraan men zijn hele leven moest kunnen besteden.

(Uit: Simon Carmiggelt, Dwalen door Amsterdam (ed. Henk van Gelder). Amsterdam: Arbeiderspers, 2013, ‘Jazz’, 28)