Bc #11

En dan weer die miljardencellige werkelijkheid die me omringde, die zich elke zaterdag en zondag bij stukjes en beetjes, in fragmenten, aan me ontvouwde, ik was bedeesd, ik schaamde me zo voor de eer dat ik dat mocht doen, dat mij het geluk beschoren was om met taal en uit naam van de taal de woorden met de schrijfmachine op het vluchtige witte vlak […] vast te nagelen…

(Uit: Bohumil Hrabal, Praagse ironie (trans. & ed. Kees Mercks), Amsterdam: Prometheus 2007, ‘Wat ik schrijf’, 59)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s